Apps › Klokkijken met Stip › Didactiek
De didactiek van Klokkijken met Stip
Voor leerkrachten, intern begeleiders en ouders die willen weten waarom de app doet wat hij doet: welke doelen hij volgt, hoe de opbouw werkt, en wat Stip doet als een kind een fout maakt.
1. Doelen: kerndoelen en referentieniveau
Klokkijken met Stip oefent tijd, een onderdeel van meten. In de nieuwe kerndoelen rekenen-wiskunde van SLO gaat het om drie doelen:
De leerling meet, redeneert en rekent met grootheden en bijpassende eenheden.Kerndoel 11, doelzin 11A. In de uitwerking staat tijd uitdrukkelijk bij de grootheden.
De leerling gebruikt meetinstrumenten en andere wiskundige instrumenten.Kerndoel 16, doelzin 16A: de klok, de kalender en de stopwatch.
De leerling herkent en gebruikt wiskunde in alledaagse en maatschappelijke situaties.Kerndoel 18, doelzin 18A: elke opgave hoort bij een moment van Stips dag.
Het referentieniveau 1F, het niveau dat elke leerling aan het eind van de basisschool moet halen, noemt tijd analoog en digitaal, de kalender en de datum, de tijdseenheden van seconde tot eeuw en de samenhang ertussen. De app oefent dat allemaal, behalve de eeuw; de tijdzones gaan verder dan 1F.
| Moment | Wat je kind doet | Groep, ongeveer | Kerndoel | Referentieniveau 1F |
|---|---|---|---|---|
| 1. Hele uren | Aflezen, de goede klok kiezen, zelf zetten, digitaal lezen en typen | 3 | 11, 16 | tijd analoog en digitaal |
| 2. Halve uren | Hetzelfde, met de grote wijzer op de 6 | 4 | 11, 16 | tijd analoog en digitaal |
| 3. Een uur later of eerder | Rekenen met hele uren, de klok vooruit en terug zetten | 3 | 11, 18 | tijdseenheden |
| 4. Kwartier en minuut | Kwart over en kwart voor; minuten in een kwartier en een uur | 4 | 11, 16 | tijd analoog en digitaal; samenhang uur en minuut |
| 5. Klok verzetten en tijdsduur | Een half uur later of eerder; hoe lang iets duurt | 4 | 11, 18 | tijdseenheden |
| 6. Vijf minuten | Vijf over, tien voor, vijf voor half | 5 | 11, 16 | tijd analoog en digitaal |
| 7. 24 uur | Van ochtend en avond naar 17:00 en terug | 5 | 11 | tijd digitaal |
| 8. Op de minuut | Elke minuut, ook rond half | 6 | 11, 16 | tijd analoog en digitaal |
| 9. Hoe lang duurt het? | Tijd tussen twee tijden, eindtijd uitrekenen | 6 | 11, 18 | tijdseenheden |
| 10. Dagen en datums | Dagen, maanden, een datum in cijfers | 5 | 11 | kalender, datum |
| 11. Seconden en stopwatch | Seconden, de stopwatch met honderdsten | 7 | 16 | tijdseenheden; meetinstrument aflezen |
| 12. Uren, minuten, seconden | Omrekenen en vergelijken | 7 | 11 | samenhang tussen tijdseenheden |
| 13. Tijdzones | Hoe laat is het bij tante Pip? | 8 | 18 | verder dan 1F |
De kerndoelen beschrijven wat een kind aan het eind van de basisschool kan, niet in welke groep. De groepen zijn een richtlijn; de nieuwe leerlijnen van SLO verschijnen in 2027.
2. Opbouw: kleine stappen, pas verder als het vlot gaat
Stips dag heeft dertien momenten. Binnen elk moment gaat het in stappen:
- Eerst aflezen, dan zetten. Een kind leest eerst de klok af en kiest de goede klok. Daarna zet het zelf de wijzers. Pas dan komt de digitale klok erbij.
- Eerst later, dan eerder. Bij het rekenen met tijd gaat het eerst vooruit, dan terug, en eerst vanaf een heel uur, dan vanaf een half uur.
- Eerst kwart over, dan kwart voor. En bij de vijf minuten eerst rond het hele uur, dan rond half.
Een blokje is een korte reeks opgaven. Het gaat vlot als hooguit één opgave niet in één keer goed was. Na drie vlotte blokjes is het moment af en gaat het volgende open. Een kind dat het al kan, is dus snel verder; een kind dat moeite heeft, oefent langer op hetzelfde niveau. In een blokje wisselen de soorten opgaven, zodat dezelfde vraag niet twee keer achter elkaar komt.
Een ouder kiest waar een kind begint. Wat ervoor komt, blijft open om te herhalen.
3. Fouten: elk fout antwoord zegt iets
Bij klokkijken maken kinderen steeds dezelfde soorten fouten, vooral op de wijzerklok. De app gebruikt die fouten. De foute antwoorden bij een opgave zijn geen willekeurige tijden, maar fouten die kinderen echt maken. Bij elk ervan zegt Stip wat er misging. In de 641 opgaven zitten 1.976 van zulke valkuilen, in 63 soorten. De meest voorkomende:
- Een uur te laat of te vroeg gelezen
Dat is een uur later.
- De korte wijzer niet goed gevolgd
De kleine wijzer schuift maar een klein stukje mee.
- De wijzers omgedraaid
Je hebt de wijzers omgedraaid. De korte wijzer wijst het uur aan.
- Kwart over en kwart voor verwisseld
Op de 3 is 15 minuten. Op de 9 is 45 minuten.
- Half in plaats van kwart
Dat is half. De lange wijzer staat niet op de 6.
- De verkeerde kant op gerekend
Je ging terug. Later is verder op de klok.
4. Uitleg en hulp
- Bij een nieuw moment legt Stip het uit met een klok die meebeweegt. Die uitleg is er ook later, met de knop Uitleg.
- Bij een fout zegt Stip wat er misging, en het kind probeert het nog een keer.
- Gaat het twee keer net niet, dan laat Stip de uitwerking stap voor stap zien.
- Blijft het twintig seconden stil, dan biedt Stip zelf hulp aan, ook stap voor stap. Met Help komt die hulp meteen.
- Bij goed zegt Stip ook waarom het goed is.
Zo hoort een kind niet alleen of het goed of fout is, maar ook waarom, en wat de volgende stap is.
5. Voor elk kind
- Stip leest elke vraag en elk antwoord voor. Een kind kan dus klokkijken oefenen voordat het goed leest.
- Er staat geen tijd op een opgave. Alleen bij de stopwatch gaat het om seconden.
- Eerst staat het beeld er (de klok, de digitale klok of een zinnetje), en de vraag komt als laatste, vlak boven de antwoorden.
- Een kind zet de klok door de wijzers te slepen, of door op een getal te tikken.
6. Wat de app niet doet
- De app geeft geen cijfers en neemt geen toets af. Voor elk moment krijgt een kind een sticker in het Stipboek.
- Wat een kind doet, blijft op het apparaat. Een leerkracht ziet dus geen overzicht van de klas; daarvoor is er Stipio op school.
- De app vervangt de les niet. Hij is gemaakt om te oefenen wat in de klas aan bod komt, in het tempo van het kind.